De oervogel onder de loep
Voor grote vragen over 150 miljoen jaar oude fossielen moeten we soms heel klein kijken met de meest moderne technieken! Hoe leefden dino’s, hoe gingen ze met elkaar om, of hoe zagen ze eruit? Sinds nog niet zo lang zijn wetenschappers die fossielen bestuderen, paleontologen, steeds beter in staat om dit soort vragen te beantwoorden. Onderzoek aan dino’s stopt namelijk niet bij het opgraven van een fossiel, het moet dan nog bestudeert worden om vragen te kunnen beantwoorden over deze lang uitgestorven dieren. Moderne technieken zijn hierin erg belangrijk, want met de nieuwste technieken kunnen wij namelijk sommige vragen over dino’s eindelijk beantwoorden!

Door het gesteente heenkijken
Zo hebben wij ook op een hele bijzondere manier het Haarlem exemplaar onderzocht, namelijk met een deeltjesversneller. Wij waren benieuwd naar hoe de botjes er van binnen uitzagen en of er nog meer botjes verstopt zaten in het gesteente. Dat kan bijvoorbeeld met röntgenstraling (ookwel X-ray in het Engels), hetzelfde dat wordt gebruikt als de arts een foto wil maken van een gebroken been in het ziekenhuis. Helaas zijn die röntgenstralen in het ziekenhuis niet sterk genoeg om door hard steen heen te gaan, dus hebben we de straling nodig die ontstaat bij het versnellen van een deeltje. Vandaar, de deeltjesversneller. Bij het versnellen van een deeltje tot bijna de snelheid van het licht komt er veel röntgenstraling vrij, en deze straling is zodanig sterk dat je er mee door steen heen kan ‘kijken’.
Zo hebben wij haarfijn kunnen onderzoeken wat er zich afspeelt binnenin het fossiel van het Haarlem exemplaar!
Dit soort onderzoek doen kan maar op een paar plekken ter wereld, en het Haarlem exemplaar heeft al twee reisjes gehad naar twee verschillende deeltjesversnellers. Een keer naar zuid Frankrijk, om in het fossiel te kijken, en een keer naar Engeland, zoals je in het filmpje kan zien.
Hoe zag een dino er uit?
Wat nou als we willen weten hoe dino er heeft uitgezien? Dezelfde röntgenstraling van de deeltjesversneller kan ook gebruikt worden voor andere dingen dan alleen door het gesteente heenkijken. Bijvoorbeeld voor het bepalen uit wat voor stofjes het fossiel bestaat. Zit er veel ijzer in, restjes zwavel, of misschien calcium? Als een fossiel wordt bestraald met röntgenstraling ontstaan er hele kleine scheikundige en natuurkundige reacties, en elk stofje reageert op een karakteristieke reactie manier. Door het oppervlakte van het Haarlem exemplaar te bestralen en te meten welke reacties er zich afspelen kunnen wij bepalen welke stofjes in het fossiel zitten. Zo kunnen we gaan onderzoeken of er fossiele resten zijn bewaard gebleven van de huid en veren en misschien zelfs wel de kleur van de veren!
